Frank – Het geheim van geld
Het Geheim van Geld
Geld. Je gaat ervoor werken. Je betaalt je rekeningen ermee. Je geeft het aan je kleinkinderen op nieuwjaar. Je hebt er veel van nodig als je een huis koopt. Maar wat is geld eigenlijk? Wat weten we over geld?
Studies hebben uitgemaakt dat de doorsnee mens zeer weinig weet over geld. Van waar komt het? Hoe ontstaat het? Hoe verdwijnt het? De meeste mensen hebben daar nog nooit over nagedacht. Toch komt iedereen van ons ermee in contact. De meesten weten dat geld steeds minder waard wordt, maar weten niet dat dat veroorzaakt wordt door het geldsysteem zelf. Welkom in de wondere wereld van fiat money.
1. Geld verdienen in het engels is “making money”
Mensen produceren en consumeren elkaars goederen en diensten. In de middeleeuwen betaalden we daarvoor met zilvermunten, goud of soms zelfs tarwe of melk of zelfs gewoonweg de volledige koe. Later ontstond het papieren geld op basis van de goudstandaard. Elk bankbiljet werd gedragen door zijn tegenwaarde in goud. De centrale banken moesten de tegenwaarde in goud bewaren tegenover de hoeveel geld die ze in omloop brachten. Sedert 1971 betalen we met fiat geld. In 1971 schafte president Nixon de goudstandaard af waardoor de dollar niet meer gedragen werd door zijn tegenwaarde in goud. Aangezien de dollar tot op vandaag nog altijd de wereldreservemunt is en aangezien nergens nog ter wereld de goudstandaard bestaat hebben we een wereldwijd fiat geldsysteem. Fiat staat voor vertrouwen. Vroeger was ons geld “as good as gold”. Nu is ons geld “as good as vertrouwen”. Van waar komt ons geld? De meeste mensen denken dat de overheid het geld creëert. Het meeste geld wordt echter gecreëerd door commerciële en centrale banken.
Stel, u wil een auto kopen. U klopt aan bij uw bankier en vraagt een lening van 15000 €. U gaat akkoord met uw intrestvoorwaarden en ondertekent het contract. Het geld komt op uw rekening en u kan de wagen betalen. Van waar komt dat geld? Dat geld werd simpelweg door uw bank op uw rekening getypt met de computer waarna u het vrij kan spenderen als echt geld om uw auto te kopen. Op die manier creëren banken continu geld om kredieten te financieren. Het overgrote deel (ongeveer 97%) van alle geld vandaag is digitaal. De wet bepaald dat deze ééntjes en nulletjes op de harde schijf van de pc van de bank evenveel waard zijn als de papieren tegenwaarde in uw portefeuille.
Achter de schermen, verborgen voor uw ogen, begint het lucratieve geldwinkeltje van ons banksysteem. De bedragen die op uw rekening getypt werden, zijn eigenlijk niets meer dan een ongedekte cheque. De bank heeft dat geld niet. Op het moment dat u de getallen op uw rekening gebruikt om uw auto te betalen, gebruikt de bank het spaargeld van andere klanten om uw auto te betalen. Je kan het niet zien. De getallen op je spaarrekening blijven dezelfde. En als je je spaargeld opeist dan zal er ergens een lening terugbetaald worden om je spaargeld op te kunnen nemen zonder dat je daar iets van merkt. Er moet wel een reservebedrag op de balans van de bank gehouden worden. In de meeste landen is dat wettelijk vastgelegd op ongeveer 10%. Meestal worden die reserves beheerd door de centrale bank van elk land.
2. Fractional reserve lending
Omdat banken andermans geld gebruiken om het nieuwe geld dat ze creëren te dragen, zijn ze beperkt in het creëren van nieuw geld. Ongeveer 90% van het depositogeld en spaargeld wordt gebruikt om nieuw gecreëerd geld te dragen. Omdat banken slechts een fractie van hun deposito’s in reserve houden spreken we van fractional reserve lending. Er is echter één detail: het geld op spaarrekeningen of deposito’s is ook geld dat eerder reeds gecreëerd werd door de bank. Dus nieuw geld gecreëerd uit het niets wordt gedragen door bestaand geld gecreëerd uit het niets. Zolang niemand het opmerkt is er niks aan de hand. Als de lener van geld het geleende bedrag spendeert, zet de ontvanger van dat geld het opnieuw op zijn bankrekening. Dankzij deze “deposit” kan de bank opnieuw geld creëren uit het niets om uit te lenen. Deze leningen worden dan opnieuw gespendeerd en het verhaal gaat maar door en door en door. Op die manier wordt de geldvoorraad steeds groter. Het lucratieve voor de bank is dat ze op elke lening van geld gecreëerd uit het niets intrest kan heffen. Leuk dat je kosten kan aanrekenen op iets wat niet bestaat.
In het voorbeeld van hierboven gaat bank1 9000 € uitlenen aan een klant. Ze moet bij wet 10% reserve aanhouden en moet dus minstens een reserve van 1000 € deponeren bij de centrale bank (1000 € is 10% van het totaal zijnde 1000 € + 9000 €). De persoon die het geld leent spendeert het, en vroeg of laat komt dat geld op een rekening van bank2. Bank2 heeft nu een extra 9000 € die ze als basis kan gebruiken om leningen (geld) te creëren. 10% in reserve betekent 900 € in reserve en 8100 € nieuwe lening (geld). Het proces gaat maar door totdat van de originele 1000 € gedeponeerd geld van bank1 in totaal door alle banken 90000 € aan leningen weren gecreëerd waarop intresten kunnen aangerekend worden. Al dat nieuwe geld werd “geleend in zijn bestaan” en wordt door niks anders gedragen dan de belofte om het terug te betalen en het vertrouwen dat het terugbetaald kan worden. Fiat staat voor vertrouwen vandaar de term “fiat Money”.
Er vallen direct twee dingen op in ons geldsysteem:
1. Als iedereen zijn geld afhaalt bij de bank dan kom je tot de vaststelling dat de bank je geld niet heeft. Ze heeft slechts 10% in reserve.
2. Het systeem van geld creëren uit het niets om krediet te financieren werkt niet meer als iemand zijn lening niet meer terug kan betalen.
Banken kunnen steeds meer geld creëren, maar kunnen geen productieve goederen en diensten creëren. Hoe meer geld de mensen hebben (geleend of niet) zonder dat er goederen en diensten bijkomen, hoe meer betaald moet worden per eenheid goed of dienst. Prijzen stijgen omdat er meer geld in omloop is. Hoe meer geld in omloop wordt gebracht, hoe minder dat het waard is. Men noemt dat inflatie. Inflatie heeft niks met de consumenten prijs index (CPI) te maken; Het stijgen van de prijzen is het gevolg van inflatie; niet de oorzaak. Of om het met de woorden van Nobelprijswinnaar Dr. Milton Friedman te zeggen: ”Inflation is always and everywhere a monetary phenomenon. To control inflation, you need to control the money supply”. Competitie tussen banken zorgt ervoor dat ze allen zoveel mogelijk proberen uit te lenen om een maximum aan intrestinkomsten te garanderen. Deze competitie zorgt dus automatisch ook voor maximum inflatie.
Iedereen weet dat je de lening moet terugbetalen met intrest. Een ondernemer die leent om te investeren in zijn bedrijf zal dus moeten winst genereren om zijn intrest te kunnen betalen. Hij draagt bij tot de economische groei van een land en je kan dus stellen dat de rol van de bank om geld vrij te maken voor economische groei een goede zaak is. Anders is het gesteld als geld geleend wordt voor consumptie. Daardoor kan je eerder een produkt kopen dan dat je het kan betalen. Later zal je dan de hoofdsom moeten terugverdienen plus de intrest. Dat zal ervoor zorgen dat je in de toekomst minder zal kunnen spenderen bij eenzelfde loon.
Eens het geld van een lening gespendeerd is komt het in de transacties terecht tussen mensen en bedrijven. Het verhuist van rekening naar rekening of via een geldautomaat naar iemands portefeuille en zo in het kasregister van de supermarkt of de kapper. Geld eindigt als de lener zijn verschuldigd bedrag terugbetaalt aan de bank. De bank transfereert dan uw geld van uw debet rekening naar uw krediet rekening. Het geld werd gecreëerd door getalletjes te typen op uw bankrekening en verdwijnt door deze getalletjes weer te verminderen. De totale geldhoeveelheid in omloop bepaalt over hoeveel geld we allen beschikken om zaken te doen en zet daardoor het prijsniveau van goederen en diensten.

3. Overheden en centrale banken
Begint uw haar al recht te komen? Commerciële banken zijn niet de enige die geld “maken”. Commerciële banken moeten een deel reserve houden. Bij centrale banken is het veel erger. Zij kunnen gewoonweg geld bijdrukken (tegenwoordig gaat dat digitaal door cijfertjes in te tikken op een rekening) zonder enige reserve. Al het geld wordt gedragen door schuld. Stel, onze overheid heeft teveel geld uitgegeven (dat gebeurt nooit nietwaar) en heeft dringend vers kapitaal nodig. Om geld “in te zamelen” drukt de overheid staatsobligaties waarop ze intrest uitkeert. Dat is haar manier van lenen. Staatsobligaties worden grotendeels opgekocht door banken in binnen en buitenland in speciale veilingen. Als niet voldoende kopers gevonden worden tussen de commerciële banken koopt de centrale bank deze obligaties op. Papier gedrukt uit het niets (staatsobligatie) wordt dan betaald met papier gedrukt uit het niets (geld).
Wablief??? Inderdaad; u en ik moeten werken voor geld, onze centrale bank creëert het uit lucht wanner het wil, zoveel het wil en leent het aan onze staat (wij dus) tegen intrest. Er zijn dus twee soorten geld in omloop: bij de commerciële bank wordt geld geleend in zijn bestaan, bij de centrale bank wordt het gewoon gecreëerd uit lucht. In beide gevallen wordt het gecreëerde geld gedragen door schuld. Centrale banken sturen de geldgroei door de intrestvoet te wijzigen. Hoge basisintrest betekent dat mensen minder zullen lenen waardoor er trager nieuw geld in het systeem komt. Lage basisintrest betekent het omgekeerde. De intrestvoet werkt ook op spaargeld. Hoe hoger de intrest hoe meer je spaart, hoe lager de intrest hoe meer gespendeerd wordt. Wat je moet onthouden is dat centrale banken ons bedriegen. In hun uitvoerige speeches vertellen ze ons dat ze inflatie bestrijden terwijl het geldsysteem dat ze ons hebben opgedrongen niet kan werken zonder (expansie) inflatie. Centrale banken voeren een politiek van bewuste en geplande inflatie. Strikt gezien is inflatie een vorm van belasting op geld of het gebruik van geld.
4. Intrest en wiskunde
Nu wordt het iets ingewikkelder. Als geld gedragen wordt door schuld, en je weet dat op schuld intrest moet betaald worden, hoe betaal je dan de intrest? Als je alle schulden wil terugbetalen heb je alle geld nodig omdat alle geld gedragen wordt door schuld. Dan heb je toch geen geld meer over om de intrest te betalen? Vandaar dat elk jaar voldoende nieuw geld (schuld) moet gecreëerd worden om de intrest op de reeds bestaande schuld te kunnen betalen. De uitstaande schuld moet dus ieder jaar groeien met ten minste het percentage van de intrest op die schuld.
Ons geldsysteem is dus in zijn ontwerp een systeem dat met een bepaald percentage moet groeien om te kunnen blijven bestaan. Geldgroei is een basisvereiste in het modern bankieren. Zonder geldgroei kan je geen intrest betalen, krijg je falingen en zakt ons geldsysteem in elkaar.
Er is echter een probleem. Een systeem dat groeit met een bepaald percentage kan je wiskundig omschrijven als een exponentiële functie. Dr Albert Bartlett zei ooit dit: “The greatest shortcoming of the human race is our inability to understand the exponential function”. Exponentiële functies zijn zeer gevaarlijk. In het begin stijgen ze langzaam quasi lineair. Naarmate de tijd loopt draait de functie plots vertikaal en krijg je een “hockeystick” curve. Het probleem is dat de verandering plots gebeurt en je meestal niet in de gaten hebt dat plots op een zeer korte tijdspanne de situatie dramatisch verandert.
5. Inflatie en economische groei
Ons geldsysteem gestuurd door centrale banken, intrest en inflatie maakt deel uit van onze natuurlijke omgeving. Het is er al vanaf onze geboorte. We weten van niet beter en niemand stelt het in vraag. Is het toeval dat ons geldsysteem gebaseerd is op continue inflatie en ons economisch model op continue groei? Intrest en inflatie vormen een permanent inkomen voor (centrale) banken dankzij geld (leningen) dat gecreëerd wordt uit lucht. De extra leningen zorgen op hun beurt voor meer economische activiteit waardoor overheden en de bevolking steeds meer leningen vragen in hun jacht om een deel van het nieuwe gecreëerde geld te verkrijgen. Inflatie werkt als de wortel vlak voor de ezel. De ezel loopt harder en harder om een deel van het nieuwe geld in circulatie te kunnen bekomen.

6. Duurzame groei
Kan het wel dat onze economie blijft groeien? We weten dat we op een planeet leven met fysieke beperkingen. Overal ter wereld in bodem en lucht zien we tekenen dat ons economisch systeem nu reeds werkt op de grens van de ecologische draagkracht van onze planeet. Als we verder willen groeien wat een vereiste is voor ons geldsysteem en ons economisch systeem dan zullen we ons economisch model en ons geldsysteem volledig moeten heruitvinden naar het “cradle to cradle” concept of duurzame groei. Als we daar niet in slagen zal zullen we moeten stoppen met groeien en dan zakt ons geldsysteem in elkaar. We staan voor gigantische uitdagingen. De huidige crisis is er gekomen door het begin van de ontwinding van een exponentieel opgebouwde schuldgroei van nooit eerder geziene proportie. Schuldenaars defaulten op hun uitstaand krediet. Banken defaulten op hun geleveraged posities in complexe financiële derivaten. Bedrijven zien hun orders imploderen en krijgen razendsnel moeilijkheden om op hun beurt hun schulden af te betalen wat aanzet tot default, werkloosheid, contractie, … met dan weer een versterkende negatieve spiraal op de rest. The great unwind that could not happen is happening!
Overheden en centrale banken namen nooit eerder geziene maatregelen. De effecten zijn nauwelijks merkbaar. De implosie raast als een wervelwind voorbij en niemand lijkt gespaard. Ze doen er alles aan om lenen opnieuw aantrekkelijk te maken, om consumeren te stimuleren. Is het verstandig om schuld te stimuleren in een crisis ontstaan door teveel schuld? Kan het geldsysteem eeuwig blijven groeien? Kan de overheid alle interventies die ze doet in het systeem blijven financieren? Als je twijfelt aan de solvabiliteit van banken, bedrijven en consumenten; wanneer bereik je dan het punt dat je twijfelt aan de solvabiliteit van de overheid? Eén ding is zeker: de komende jaren zullen er drastisch anders uitzien dan de afgelopen jaren. Dit zijn echt historische tijden!
6. De oplossing: terugkeer naar de goudstandaard ?
Lang voor Nixon in 1971 de goudstandaard afschafte hadden we ook reeds problemen met fractioneel bankieren. Dit begon in Frankrijk en Duitsland omstreeks 1909 toen beide landen op oorlog afstevenden. Tijdens de eerste wereldoorlog gingen alle landen weg van de volledige goudstandaard en werd het vervangen na deze oorlog door een fractionele goudstandaard. Dit hield in dat er geen gouden munten meer in omloop waren in het betalingsverkeer. Alle dagelijkse transacties werden met papier afgehandeld. Alleen de grote internationale betalingen tussen landen onderling werd nog met goud gedaan. Dit vond plaats in de Bank voor Internationale betalingen in Basel, Zwitserland. Deze laatste werd opgericht speciaal om de herstelbetalingen van Duitsland aan Frankrijk en Engeland te regelen. Deze betalingen vonden plaats in goudfranken tot 1933. Omdat de goudstandaard de facto was afgeschaft kreeg de internationale bancaire sector carte blanche om geld te drukken, zolang maar aan de minimum depositoverantwoording werd voldaan. De monetaire expansie nam in de jaren 1920-1929 een grote vlucht, vooral in de toen al grootste economie van de wereld: de Verenigde Staten. Toen de kredietbubble in 1929 explodeerde was de basis gelegd voor de daaropvolgende depressie.
Ludwig von Mises beschreef in zijn standaardwerk “Human Action” dat dit allemaal eindigt in een depressie, want het krediet wat is uitgegeven moet weer worden afbetaald. Dat is onmogenlijk in een neergaande markt zonder bijkomende middelen. Massale faillissementen zijn in zo’n situatie orde van de dag waardoor banken en leners hun leengedrag stopzetten. Daardoor wordt de rest van de economie aangetast, omdat enerzijds bedrijven ook niet meer productief kapitaal kunnen bekomen en anderzijds consumenten hun koopgedrag bijstellen. Hierdoor stagneert de productie en zijn bedrijven genoodzaakt hun werknemers geheel of gedeeltelijk te ontslaan. Tijdens de crisis in de jaren 30 is er geprobeerd om de geldhoeveelheid op te krikken om zodoende de consumenten de gelegenheid te geven om te lenen, maar dit bleek tevergeefs, omdat de bancaire sector en de consumenten niet meer bereid waren om in dergelijke barre tijden langetermijnverplichtingen aan te gaan. Derhalve is een dergelijke monitisering van de economie tot mislukken gedoemd. Sterker nog het kan de crisis alleen nog maar verergeren, want het extra gecreëerde geld vindt via de overheidsbestedingen haar weg in de economie, waardoor de monetaire inflatie toeneemt, terwijl de kredietexpansie afneemt. Met andere woorden men heeft een monetaire inflatie, terwijl er een deflatie van krediet plaatsvindt. Vergeet ook niet dat overheden meestal onproduktieve investeringen doen terwijl de privesector meestal produktieve investereningen doet.
We hebben dus nood aan een goudstandaard. Iedereen weet dat goud een delfstof is die een enorm milieuverwoestend effect heeft. Dat is op zich een nadeel waar de mensheid moet aan werken. Anderszijds kan je stellen dat de kredietboom van de laatste jaren ook een milieuverwoestend effect had. Onder de goudstandaard wordt de rente bepaald door vraag en aanbod van geld, maar sinds de de facto afschaffing daarvan nam de centrale bank de functie van renteregelaar over en werd het een politiek middel om de economie ‘bij te sturen’. Tijdens een goudstandaard is het normaal als de rente omhoog gaat als gevolg van een gebrek aan kapitaal dat dan meer goud vrijkomt van investeerders om hieraan te voldoen. Wanneer er een overdaad aan spaarkapitaal aanwezig is dan wordt een deel van het goud weer teruggetrokken door de spaarders. Dit noemt men ook ‘arbitrage’ en dit voorziet in een evenwicht op de kapitaalmarkten. Het is tevens een graadmeter voor bedrijven en particulieren om vast te stellen wanneer en hoeveel men kon lenen voor een bepaalde termijn. Economische groei is dus perfect mogelijk onder een goudstandaard. Ook het banksysteem is veel stabieler. Fractional reserve lending bestaat dan niet meer en laat over-lerverage niet toe zonder de intresten te doen toenemen wat leverage te duur zou maken. Dankzij de manipulatie van de overheid is de arbitrage gewoonweg bedrog geworden, want in plaats van bestaand kapitaal te gebruiken voor investeringen wordt er nu geld gedrukt om aan de kredietexpansie te voldoen, waardoor er zich een kunstmatige vraag voordoet naar goedkoop kapitaal zodat het bijna onmogelijk is aan te geven voor hoe lang of hoeveel men moet of kan lenen. De spaarder als kapitaalverschaffer is in dit systeem bijna volkomen buiten spel gezet en is afhankelijk van de overheid voor het rentepercentage dat hij of zij mag ontvangen.
De spaarders bestonden vroeger voor een groot deel uit gesalariëerde werknemers die hun kapitaal spaarden in goud en zilver. Dit voorzag in hun vermogensopbouw voor het pensioen, waardoor zij een grote vinger in de pap hadden op het rentebeleid van de bancaire sector. Spaarkapitaal bestaat uit het zogenoemd ‘uitgesteld genot’, met andere woorden, men consumeert niet vandaag, maar stelt het uit tot een latere datum. Daarom werd het gespaard tegen een bepaalde marktconforme rente, waardoor er een accumulatie van het kapitaal ontstond en zodoende men later van een redelijk pensioen kon genieten. Dit goed functionerende systeem werd dus om zeep geholpen door de centrale banken. De uitkomst hiervan waren de hyperinflatoire tijden die ontstonden in o.a. de Weimar-republiek, Nationalistisch China, Brazilië, Mexico en Argentinië.
Fiat money always returns to it’s intrinsic value : zero Voltaire
Geld heeft een belangrijke waarde in een goed functionerende maatschapij. Geld is een medium van uitwisseling om elkaars goederen en diensten te kopen en betalen. Geld moet echter ook een medium kunnen zijn om in te sparen; om geproduceerde waarde uit het verleden te kunnen bewaren om te kunnen consumeren in de toekomst. Kortom, geld heeft ook een maatschappelijke taak om waarde in te bewaren. Die rol als “bewaarder van waarde” werd volledig vernietigd door centrale banken. Als geld constant waarde verliest heeft het ook geen zin om erin te sparen. Dat zet aan tot meer consumeren met alle gevolgen vandien. Vroeg af laat wordt de maatschapij wakker en komt het bedrog naar boven. De markt detecteert de overschot aan geld tov de beperkte hoeveelheid goederen en diensten en prijstijgingen zijn dan onvermijdelijk. Wanneer het vertrouwen in geld wegvalt stijgt ook de omloopsnelheid ervan. Mensen die geld ontvangen willen het zo snel mogelijk kwijt omdat ze weten dat het zijn waarde verliest. Ze zetten het liever om in goederen en diensten die ze nodig hebben omdat die hun “waarde” (je hebt ze nodig) niet verliezen. Dergelijke hyperinflationaire toestanden hebben een enorm verwoestend effect op de bevolking en de economie van een land.
Er moet een nieuw evenwicht komen in de wereld. Hopelijk zijn onze leiders bewust van de “flaws” in ons geldsysteem. We weten echter allemaal dat overheden hun “geldmachientje” niet makkelijk zullen afstaan. Het wordt dus een moeilijke oefening. Laat ons hopen dat leiders snel beseffen wat er moet veranderen. Keynes, fiat money en fractional reserve banking heeft gefaald. De oplossing zal er dus totaal anders moeten uitzien. De oplossing ligt in een herinvoeging van de goudstandaard.
Frank De Baere
Met medewerking van artikels en presentaties van Frank Biancheri (leap2020), Chris Martenson, Willem Middelkoop, Marc Faber, Aalbert Spits








marcvdb
09. Jul, 2009
Goudautomaten (waar je trouwens ca 30% meer betaalt dan de spotprijs op de goudmarkten) zouden een felrode vlag moeten zijn om je te waarschuwen dat de vraag naar goud de laatste nieuwe hype is. Kopen in een hype heeft nog maar weinigen geld opgebracht. Zelden zo’n mooie contra-indicator gezien trouwens. Eén om te onthouden.
WimV
26. Jul, 2009
Ik heb met veel interesse het startartikel en de vele reacties erop gelezen. Zelf noem ik me tot nogtoe een ‘economische leek’. Mijn interesse voor het thema is eerder gegroeid uit mijn huidige activiteiten binnen duurzaamheid en milieu en mijn interesse voor een aantal sociale thema’s. Zoals Frank in zijn artikel stelde zijn er bvb. inderdaad nog een aantal ‘milieurekeningen uit het verleden te vereffenen’. Maar ik zie soms meer indicaties van hoe economische belangen duurzame ontwikkeling in de weg staan. Anderen wezen in hun reacties terecht op de kloof tussen rijk en arm, die ook niet duurzaam kan zijn. Ook daar lees je over de economische excessen (bvb. de aasgierfondsen), over de verhouding tussen ontwikkelingshulp en oorlogsinvesteringen, over het “militair-industriële-complex” (lobby) waarover Eisenhouwer het in zijn afscheidsrede had…
In elk geval: via Geert Noels boek kwam ik op deze website, bij dit artikel… en het heeft mijn ogen geopend (al wil dit niet zeggen dat ik nu al alles tot in detail doorzie). Alleszins toch al véél dank voor de vele interessante inzichten!
Zelf zou ik graag nog eens wat meer vernemen van jullie over de psychologische/maatschappelijke aspecten van deze crisis. Er wordt terecht gesteld dat een buitensporige kredietopening door consumenten niet echt goedgekeurd kan worden. Anderzijds: wat was/is voor hem het alternatief?
1. Als de doorsnee-consument (of het jonge koppel) bvb. een huis wil kopen, dan is hij er zelf toch ook het slachtoffer van dat hij eigenlijk veel meer voor dat huis moet betalen dan de reële waarde (de ‘kunstmatig geforceerde prijzen’, dus overgewaardeerde huizen).
2. Als hij daarentegen zou sparen tot hij voldoende geld heeft om het contant te betalen, dan had hij dat hoogstwaarschijnlijk niet in een sok (cash) gedaan maar via de bank en dan loopt hij eveneens het risico dat hij (zoals de andere spaarders momenteel) het slachtoffer wordt van de economische luchtbellen die implodeerden. En dan liep hij veel geld mis aan de huur van een huis.
3. Anderzijds wordt er ook door allerlei financiële instanties, overheden of economische spelers continu zand in de ogen van de goedmenende consument gestrooid. Hij reageert op renteverlagingen. Of hij wordt aangemoedigd omwille van fiscale voordelen die de overheid in het vooruitzicht stelt (zowel voor afbetalingen van huizen als voor pensioenspaarplannen e.d.).
4. Langs de andere kant wordt zijn hoofd dol gemaakt met winstprognoses voor allerlei economische producten (waarbij hij voorbij gaat aan de vele kleine lettertjes). Die hoge winstpercentages kunnen trouwens ook niet duurzaam zijn (en worden zeker niet altijd in de meest ethische sectoren gerealiseerd). Zo investeert hij op lange termijn misschien in zijn eigen ondergang terwijl hij dacht in zijn toekomst te investeren?
5. En nu we staan waar we vandaag staan: wat zijn de gevolgen voor diezelfde goedbedoelende maar onwetende consument? Hij verliest misschien zijn werk, hij kan zijn huis niet afbetalen, enz…
Kortom: hoeveel kan ‘Jan-met-de-pet’ eigenlijk weten? Het werd door anderen ook aangehaald: de transparantie en de overzichtelijkheid werden vaak bewust verminderd, zodat mensen vaak al snel afhaakten en vertrouwden(!) op het professioneel advies van bankiers e.d. die natuurlijk een dubbele agenda hadden (zeker nu met het oog op het vermijden van paniekreacties). Hebben jullie ook ideeën over hoe hij zich in deze crisis recht kan houden? Hij zal immers misschien geen geld hebben om een keuze te maken tussen cash en goud?! Wat staat hem nu te doen? En hoe evolueert zijn uitstaande schuld en/of de hypotheekwaarde op zijn niet-afbetaalde woning, onder invloed van deflatie of (hyper)inflatie? Wat als de schuld niet ingelost kan worden?
Kant-en-klare antwoorden zullen er vanzelfsprekend niet te geven zijn… Toch denk ik dat die psychologisch/maatschappelijke invalshoek ook een zeer interessant aspect is bij het voorspellen van de toekomst. Hoe zal de burger reageren op het samenkomen van de economische, ecologische, sociale, politieke, enz… crisis? Als jullie hierover interessante bronnen of links kennen zijn deze altijd welkom.
WimV
26. Jul, 2009
Anderzijds ook heel interessante bemerking van Folg, inzake de vergelijking tussen “een zwarte Nigeriaan met 3 vrouwen, 10 kinderen en 20 koeien” en “een Belg met een appartementje aan de zee”. En: “Wij geven alles een waarde en hopen dat er een gek is die dat wil betalen. De afrikanen kennen dit systeem niet en wij wanen hen arm.”
Ik stootte in mijn zoektocht naar duurzame ontwikkeling recent nog toevallig op een boek van T. van Eijk, een landbouwingenieur die jaren actief was in Afrika. Het boek noemt: “Over ontwikkeling en arbeidsethos in Sub-Sahara-Afrika”. Er staan een aantal zeer interessante inzichten in beschreven, o.a. over het “koplopersmodel” in de landbouwsector (gebaseerd op de “agricultural threadmill” (tredmolen) van Cochrane (1958)) en over het “schaarste-idee”. Het boek heeft destijds een beetje (volgens mij onterecht!) in negatief daglicht gestaan bij sommige critici (die hem betichtten van vooroordelen) terwijl hij volgens mij net een zeer treffend beeld weergaf van de “cultuurverschillen” tussen het economische stelsel in het Westen en dat in Afrika. Daarin stelt hij eigenlijk dat in Afrika niet diezelfde (kapitalistische) ondernemersgeest heerst als bij ons, maar hij schetst ook dat onze “economische-race-zonder-winnaars” helemaal niet beter is…
Misschien kent Frank dit boek ook of interesseert het hem alvast wel, aangezien hijzelf in de sector actief is en zijn terechte advies “laat ze [uw kinderen] iets studeren waar de wereld iets aan heeft, zoals landbouwer”? Alleszins lijkt mij ook dit thema relevant, gezien de IMF- en Wereldbankpolitiek die gevoerd wordt t.a.v. het zuiden.
Op http://books.google.be/books? zijn grote stukken van het boek te lezen…
Urizen
09. Okt, 2009
Geld heeft niet de maatschappelijke taak om te sparen. Fiat money is een zegen voor onze maatschappij, maar het toevoegen van die functie maakte het juist slecht.
Iets wordt gecreëerd omdat er in functie van iets een nut is. Wijkt men daar later van af, dan krijgt men moeilijkheden.
Het hele probleem schuilt erin dat economen nog altijd niet precies weten wat geld is en al lang vergeten zijn waarom fiat money werd ingevoerd. Zelfs Greenspan zei ooit dat hij niet echt wist wat geld was.
Bart
12. Nov, 2009
mag deze link hierbij?
http://www.youtube.com/watch?v=YLYL_NVU1bg&feature=player_embedded
Bart
20. Nov, 2009
Blijkbaar wel, thx
Martin
16. Jan, 2010
Het verhaal legt goed uit hoe het monetaire systeem in elkaar zit. Er zit mijns inziens een denkfout in:
De nadelen van het huidige montaire systeem zijn geen bewijs voor het beter zijn van de gouden standaard.
Geld is een ruilmiddel voor produkten en diensten. Of je daarvoor nu goud gebruikt of papieren geld het blijft hoe dan ook gebaseerd op het vertrouwen dat je dit ervoor kunt krijgen. Het blijft mensenwerk voor beide systemen om goed te blijven functioneren.
Het huidige montaire systeem:
Een lening is een claim op toekomstige produktiviteit (die wordt gecomsumeerd). Zolang tegenover elke lening die produktiviteit wordt gerealiseerd is het geen probleem dat de geldhoeveelheid groter wordt. Een grotere geldhoeveelheid betekent dan inderdaad dat we met zijn allen rijker zijn geworden. Bij de gouden standaard gaat dan de prijs van goud omhoog of moet meer goud worden toegevoegd aan de bankreserves. Het probleem van de centrale banken is dat zij toestaan door te lage rentes dat de geldhoeveelheid sneller stijgt dan deze groei van toekomstige produktiviteit.
Christophe
24. Apr, 2010
Doet mij een beetje denken aan zeitgeist
http://www.zeitgeistmovie.com/
Danny
28. Apr, 2010
Ja we leven nu inderdaad in een tijd waarin we een geldsysteem hebben waarin geld niet meer gedekt is door goud en zilver (wat ik zelf een gezondere situatie vond) maar door kredieten.
Als je een briefje van 10 euro in je handen houd en je vraagt waardoor is dat briefje gedekt? Dan is het antwoord: Je briefje van 10 euro is gedekt door een schuld.
Vroeger wat het antwoord: Door goud en zilver.
Ik vind het kopen van goud en zilver juist geen hype maar een verstandige manier om je vermogen te beschermen tegen inflatie. Goud en zilver zijn het medicijn om de ziekte van de waardevermindering van je vermogen te genezen in dit wankele geldsysteemvan kredieten!
Dirk
05. Mei, 2010
Dag Frank
Zeer interessante tekst. Ben je nog actief op dit forum of elders? Hoe zit het eigenlijk met de Nationale bank. In hoeverre is deze echt nationaal of privé?
Nog een vraag: je zegt dat het niet uitmaakt of je geld cash bewaart of op de bank. Er zijn natuurlijk wel verschillen (kans op diefstal, fraude, failissement…) maar dat lijkt me moeilijk in te schatten.
Maar op grote schaal moeten er wel wat voorspellingen kunnen gedaan worden, bv als een groot deel van de bevolking zijn geld thuis bewaart zal dit gevolgen hebben voor de economie.
Dirk
05. Mei, 2010
Heeft er iemand zin om te reageren op deze (des)informatie uit de nieuwsbrief van Argenta? Vooral het gedeelte over Japan verdient wel wat toelichting:
Hoera voor de inflatie!
Wat is inflatie?
Inflatie is het proces waarin alles duurder wordt. Wat gisteren 100 koste, kost volgend jaar 102. Op zich betekent dit dat we vandaag met hetzelfde geld meer kunnen kopen dan morgen. Het is dan ook een stimulans om geld vandaag uit te geven, en niet om dit weg te zetten.
Inflatie moeten we dan ook steeds afzetten tegen de rente die we krijgen op ons geld om te weten hoeveel we werkelijk meer kunnen kopen na ons geld een jaar te hebben laten staan.
Zo is een rente van 5% bij een inflatie van 3% reëel hetzelfde als 2% bij een inflatie van 0%.
Van waar komt inflatie?
Inflatie heeft hoofzakelijk 2 oorzaken: het kan cost-push of demand-pull gedreven zijn. Cost-push inflatie is voornamelijk het proces dat iets duurder wordt doordat de kostprijs van de componenten (grondstoffen, maar bijvoorbeeld ook arbeid of rente) duurder wordt. Deze inflatie noemt men ook vaak ingevoerde inflatie.
Een voorbeeld is de prijsstijging van spaghetti doordat het graan duurder wordt. Demand-pull inflatie is gewoon het spel van vraag en aanbod. Het aanbod dat (tijdelijk) de gestegen vraag niet kan volgen, waardoor de prijs moet stijgen.
Waarom zo’n angst voor inflatie?
In de jaren 30’ liep inflatie sterk op, hierdoor werd alles razendsnel duurder. Mensen die met kruiwagens vol geld brood gingen kopen zijn één van de bekendste taferelen. Een andere is de prijsafspraak vóór de maaltijd in het restaurant. Deze beelden traumatiseerden de Bundesbank, de voorloper van onze ECB (Europese Centrale Bank). Dé centrale doelstelling van de ECB is dan ook het onder controle houden van inflatie. In Europa is de kans dan ook bijzonder klein dat inflatie zal ontsporen.
Wat zonder inflatie?
Te hoge inflatie is dus negatief, maar wat zonder inflatie? De Japanse economie kende een periode van 12 jaar van bijna geen inflatie. Het gevolg was dat alles even duur bleef of zelfs goedkoper werd. Op zich lijkt dit een zegen, maar het zorgt er wel voor dat alle aankopen uitgesteld worden: waarom vandaag kopen als het morgen goedkoper kan zijn? Hierdoor nam de vraag naar goederen af, de Japanse bedrijven produceerden minder en ontsloegen werknemers om in de kosten te snijden. Door de onzekerheid ging de Japanner nog minder uitgeven… een vicieuze cirkel.
Huidige toestand
Vandaag zien we voor het eerst terug een stijging van inflatie sinds 2008. De vragen die we ons moeten stellen is: vanwaar komt deze inflatie en is deze een bedreiging voor het economisch herstel? De inflatie vandaag komt vooral vanuit de stijging van grondstoffen. De bedrijven hebben dus nog voldoende capaciteit om het aanbod op te voeren, meer nog het woord “crisis” wordt vaak terecht en ten onrechte gebruikt of misbruikt door velen om in kosten te snijden. Door de crisissfeer is er weinig tegendruk vanuit vakbonden of werknemers.
Zo konden vele bedrijven heel wat afslanken de voorbije jaren en een stuk productiever worden. De winstmarges konden op die manier behouden blijven en zelfs vergroot worden. Vandaag zijn vele bedrijven dan ook in veel betere conditie dan 2 of 3 jaar geleden.
Maar is de stijging van de grondstoffen nu een fundamenteel probleem? Zolang deze niet te abrupt gebeurt niet. Meer nog, een stijging dwingt ons te zoeken naar alternatieven voor bijvoorbeeld olie. Een hogere olieprijs zorgt bijvoorbeeld voor dat we creatiever worden en bewust van de nood naar alternatieven. Inflatie zorgt er tevens voor dat verbeteringen kunnen worden doorgerekend, zo kunnen we steeds verder evolueren.
Daarom: hoera voor de inflatie, zolang ze binnen de perken blijft natuurlijk.
Yannick Verdyck
05. Mei, 2010
Bankieren is de nijverheid van gelegaliseerde fraude.
Grote banken –> Fraude op grote schaal.
Kleine banken –> Fraude op kleinere schaal.
Van verkeerde voorstellingen van de feiten is nog nooit een bankier gestorven. Ondertussen is de brave spaarder weeral mooi geruïneerd door de inflatie.
Jos
13. Mei, 2010
Heeft er iemand zin om deze info te verspreiden op de website dewereldmorgen (opvolger van indymedia)? Er ziiten ook veel mensen die de juiste vragen stellen maar deze kennis missen. Je moet van discussiëren houden, want het zit er vol met verstokte Keynesianen. Zie bv http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/05/09/paul-de-grauwe-kort-maar-duidelijk
William Hilton
21. Mei, 2010
Goedendag
Dit is William Hilton’s bedrijf, wij bieden lening aan individuele en samen te werken, die zijn in nood van de lening, heeft u een lening af te betalen uw facturen of een contract veilig, dan kunt u contact met ons vandaag met dit e-mail: prudentloanfirm@sify.com.
Met vriendelijke groet,
De heer William Hilton
CEO / (Online adverteerder)
23 Liverpool Street, Londen EC2M 7QN, Verenigd Koninkrijk
Willem Otten
20. Jun, 2010
Kan deze link naar “the money syndrome” toegevoegd worden ? Alvast dank.
http://video.google.com/videoplay?docid=2983282334093304132
WimV
20. Jun, 2010
Zeer interessant stuk tussen 15:10 en 18:30 (vooral vanaf 17:00). Conclusie luidt: “There is a continuous net-flow of interest-payments from the majority of the population to a small minority which already posesses a large fortune.”
De essentie hiervan wordt ook besproken op
http://www.appropriate-economics.org/ebooks/kennedy/chap1.htm
Op basis van enkele wijdverspreide misverstanden over de economie (o.a. “we only pay interest when we borrow money” en “in the present monetary system we are all equally affected by interest”. In figuur 4 wordt (a.h.v. Duitse huishoudens) aangetoond wat de werkelijkheid is:
http://www.appropriate-economics.org/ebooks/kennedy/fig4.jpg
“A comparison of the interest payments and income from interest in ten numerically equal sections of the German population indicates that the first eight sections of the population pay more than they receive, the ninth section receives slightly more than it pays, and the tenth receives about twice as much interest as it pays, i.e., the tenth receives the interest which the first eight sections have lost. This explains graphically, in a very simple and straightforward way, why “the rich get richer and the poor get poorer.”
Dit bevestigt de conclusie die ook in de video werd aangehaald (waarin een gelijkaardige grafiek werd opgesteld).
WimV
20. Jun, 2010
In hoofdstuk 2 wordt ook verwezen naar de ideeën van Gesell:
http://www.appropriate-economics.org/ebooks/kennedy/chap2.htm
Deze ideeën werden ook gedurende 1 jaar (tussen 1932 en 1933) uitgetest op enkele locaties. In het Oostenrijkse Wörgl waren ze zeer succesvol:
“People agreed and so the town council issued 32,000 “Work Certificates” or “Free Schillings” (i.e., interest-free Schillings), covered by the same amount of ordinary Austrian Schillings in the bank. They built bridges, improved roads and public services, and paid salaries and materials with this money, which was accepted by the butcher, the shoemaker, the baker. The fee on the use of the money was 1% per month or 12% per year. This fee had to be paid by the person who had the banknote at the end of the month, in the form of a stamp worth 1 % of the note and glued to its back. Otherwise, the note was invalid. This small fee caused everyone who got paid in Free Schillings to spend them before they used their ordinary money. People even paid their taxes in advance in order to avoid paying the small fee. Within one year, the 32,000 Free Schillings circulated 463 times, thus creating goods and services worth over 14,816,000 Schillings. The ordinary Schilling by contrast circulated only 21 times.”
“At a time when most countries in Europe had severe problems with decreasing numbers of jobs, Wörgl reduced its unemployment rate by 25 % within this one year. The fees collected by the town government which caused the money to change hands so quickly amounted to a total of 12% of 32,000 Free Schillings = 3,840 Schillings. This was used for public purposes.”
In his book “Capitalism at its Best”, (9) Dieter Suhr presents a report on the U.S. “stamp scrip movement” by Hans R. L. Cohrssen who, together with economist, Irving Fisher, tried to introduce Gesell’s concept of cost-bearing money into the U.S.A. – also in 1933. At that time, more than 100 communities, including several large cities, had planned to implement stamp scrip money. The issue went right up to the Secretary of Labor, the Secretary of the Interior and the Secretary of the Treasury in Washington, D.C., none of whom were opposed – but none of whom had the power to grant the necessary permissions. Finally, Dean Acheson (who later became Secretary of State) asked for an opinion from the government’s economic advisor, Harvard Professor Russell Sprague, before he could make a decision. Cohrssen remembers the meeting as a very cordial one:
Professor Sprague told me … that in principle there was nothing to be said against the issue of stamp scrip for the purpose of creating jobs. However, our scheme went much further: It was an attempt to restructure the American monetary system and he had no authority to approve such a proposal. That put an end not only to our stamp scrip movement but to a model project that might indeed have led to monetary reform. On March 4, 1933, President Roosevelt directed the banks to be temporarily closed, and he forbade any further issue of emergency currency. Cohrssen concludes:
In summary we can say that the technical difficulties of attaining currency stability seem minor in comparison to the general lack of understanding of the problem itself. As long as the “Money Illusion” … is not overcome it will be virtually impossible to muster the political will power necessary for this stability.”
Zou het ook nu weer niet zo zijn dat vooral de gewenste ideologie in het voordeel van de gevestigde macht ervoor zorgde dat de ideeën van Gesell onterecht in de kiem werden gesmoord ondanks dat ze hun praktisch nut wel degelijk bewezen hadden in Oostenrijk?!!!
JanS
20. Jun, 2010
Ha, ik zit nog niet zo lang op “econoshock”, dus had dit even gemist, maar dit is het onderdeel van het forum dat verplichte lectuur zou moeten zijn voor elke inwoner van het land, in ieder geval voor elke journalist en politicus, neem je tijd en alles lezen en bekijken, dan zul je eindelijk beseffen wat geld is en hoe banken en centrale banken in elkaar zitten ))
WimV
20. Jun, 2010
Ik heb hier op deze zeer interessante pagina eens gezocht op de term “speculatie”… en blijkbaar wordt dit niet aangehaald. Dit is volgens mij nochtans het noodzakelijke volgende hoofdstuk van het verhaal… en het schetst de onhoudbare situatie waarin we nu zitten.
In het boek “Het geld van de toekomst” van Bernard Lietaer (2001) lees ik:
http://aardnoot.nl/Het_geld_van_de_toekomst/Valutamarkten
De dag nadat iemand het geld uitvond is zijn buurman een geldwisselkantoor begonnen. Wat is er dan nieuw aan valutamarkten? Heel veel eigenlijk. Het eerste teken dat er iets anders aan de hand is, is het enorme volume aan valutatransacties. In de prehistorische dagen van de jaren zeventig schommelde het normale dagelijkse volume aan valutatransacties tussen de $10 en 20 miljard. Tegen 1983 was dat toegenomen tot $60 miljard. In 1998 had het dagelijkse volume een ontstellende $1,5 biljoen bereikt en de schatting voor een ‘normale’ dag in het begin van de 21e eeuw is ongeveer $2 biljoen.
Gewone mensen zoals wij verliezen hun gevoel voor verhoudingen als zij met zulke aantallen worden geconfronteerd. Laten we dit eens in het juiste perspectief zetten. Deze omvang is meer dan 50 keer de totale wereldwijde internationale handel in alle goederen, alle productie en alle diensten. Het ligt in de orde van grootte van 100 keer de dagelijkse handel in alle waardepapieren op alle aandelenbeurzen ter wereld. Het is zelfs 50 keer meer dan alle goederen en diensten die per dag door alle geïndustrialiseerde landen worden geproduceerd (BNP). Bovendien groeit het volume aan valutatransacties nog steeds met een halsbrekende snelheid van 15 – 20% per jaar, vergeleken met een gemiddelde jaarlijkse groei van 5% voor de wereldhandel. Men kan terecht stellen dat er iets érg ongebruikelijks aan de gang is op het gebied van de wereldvalutahandel, iets dat we nog nooit eerder hebben meegemaakt.
Men gaat verder op de volgende webpagina:
http://aardnoot.nl/Het_geld_van_de_toekomst/Het_wereldwijde_casino
Wat er gebeurd is, is dat ‘speculatieve’ handel (dat wil zeggen handel waarvan het enige doel is, winst te maken uit de veranderingen in de waarde van de munteenheden zelf) de valutamarkten heeft overgenomen. In tegenstelling daarmee is de ‘echte’ economie (dat wil zeggen transacties die betrekking hebben op de koop en verkoop van echte goederen en diensten, inclusief portfolio-investeringen) nu verwezen naar het ‘voorprogramma’ in het wereldwijde casino van het speculatieve spel van geldwissel. Op dit moment is 98% van alle valutahandel speculatief en heeft slechts 2% betrekking op de echte economie.
Speculatie kan in elke markt een positieve rol spelen: theorie en praktijk wijzen uit dat het de marktefficiency kan verbeteren door het vergroten van de liquiditeit en de omvang van de markt. Maar de huidige speculatieve niveaus verstoren duidelijk het evenwicht. ‘Speculanten hoeven geen kwaad te berokkenen als ze een druppel vormen in een bestendige stroom ondernemingen. Maar het wordt serieus als de onderneming een druppel wordt in een speculatieve maalstroom. Als de kapitaalontwikkeling van een land een nevenproduct wordt van de activiteiten van een speelhuis, staan we er slecht voor.’ De mening van John Maynard Keynes, hoewel al meer dan een halve eeuw oud, was nog nooit zo toepasselijk als nu.
Een monetaire crisis kan beschouwd worden als het resultaat van een plotseling wegvloeien van de wereldwijde kasstroom uit het doelland, waarbij een eerdere instroom bruut wordt teruggedraaid.
Tot zover de website (o.b.v. het boek van Lietaer). Dit zijn dan wel stellingen gebaseerd op de situatie in 2001, maar volgens mij is alles ondertussen nog veel erger geworden. Ik weet dat Keynes in heel wat andere zaken (terecht) ter discussie staat, maar op dit vlak heeft hij toch wel degelijk een punt volgens mij. Het gaat over de verhoudingen tussen louter speculatieve en reële economie. Het is nochtans dit waarmee we in het dagdagelijkse leven geconfronteerd worden: onze jobs, ons inkomen, verloning, enz… worden bepaald door de reële economie die echter wordt weggeblazen door de speculatieve economie.
Ik blijf dus de tot nogtoe onbeantwoorde vraag stellen: wat kunnen jobcreatieplannen (zoals VIA) hier tegenin brengen? Wat gaat een kenniseconomie veranderen? Wat kan een bedrijfsleider, een werknemer, overheid, enz… nog doen? Het is toch gewoon perceptie, massapsychologie, massahysterie, “willekeur”, enz…
Willem Otten
20. Jun, 2010
Verplichte lectuur tbv alle leerlingen en studenten economie … “het wondereiland Barataria” van Silvio Gesell.
http://www.strohalm.nl/media/stro/uploads/Het-wondereiland-Barataria-24-01-05.pdf
Scrutinizer
21. Jun, 2010
Als je dan toch graag over wonderbaarlijke eilanden e.d. leest, lees dan The adventures of Jonathan Gullible van Ken Schoolland maar eens. (Bijzonder dun doch krachtig: http://www.jonathangullible.com/)
Yannick Verdyck
20. Jun, 2010
Lijkt mij toch zeer zeker geen verplichte lectuur, als ik het zo eens doorblader.
Willem Otten
20. Jun, 2010
… ik heb je reply GELEZEN Yannick, … als jij nu Silvio Gesell nog effe leest … en dan hoor ik het wel
steven
20. Jun, 2010
Marc Faber schreef vorig jaar deze twee bijdragen waarin hij het had over de inzichten van Gesell. Na deze bijdragen gelezen te hebben, voelde ik niet echt de noodzaak om de inzichten van Gesell verder te exploreren. Op basis van het vermelde idee van Gesell opnieuw een monetary crackpot, één van de zovelen.
The Frame of Mind of American Economic Policymakers
http://www.lewrockwell.com/orig6/faber6.1.1.html
http://www.lewrockwell.com/orig6/faber7.1.1.html
Yannick Verdyck
20. Jun, 2010
Merci voor de links, meesterlijke commentaar van Faber:
“In fact, I had forgotten about him (dat is Silvio Gesell) until Mankiw brought him up, but I remember well how my history teacher in high school – who also had a socialist tick, but was an outstanding historian – discussed him at length in the context of socialism and land reforms through expropriation. (Right throughout the course of history, this has never worked. Also, Gesell’s tax on cash had more to do with soaking the rich than stimulating consumption.)”
Wel, ik ga die Silvio Gesell toch aan mij laten voorbijgaan er staan nog te veel boeken op mijn “must-read-list”.
Willem Otten
20. Jun, 2010
… als Dr. Doom ons de tijd nog maar laat om onze lijstjes af te werken
JanS
20. Jun, 2010
Gesell : interessant om eens te lezen, maar niet het summum imo.
Ben de laatste maanden een fan geworden van Marc Faber : down to earth capitalism, kerel die overal lak aan heeft, geen geld meer nodig heeft, maar toch nog de waarde der dingen kent en…die nog steeds door de rijken der aarden om advies gevraagd wordt…
sypkens
23. Jun, 2010
Het volgende artikel spreekt punt 4 uit het artikel tegen:
http://wfhummel.net/timebomb.html
JanS
23. Jun, 2010
@sypkens,
Jouw tekst geeft één van de pijnpunten van de financiële en banken logica aan :
Banken willen groeien en om dat te doen staan ze steeds meer kredieten toe en nemen ze steeds meer risico, tot de bubble barst. Doorheen de geschiedenis zijn er steeds banken failliet gegaan.
Nu, de laatste bubble is gebarsten in 2008 en onze overheden hebben de banken gered, vooral om de deposito’s (“spaarcenten van de mensen”) veilig te stellen, en daar moeten we ze voor danken.
Alleen, en nu een controversiële stelling : miscchien was het beter om ze te laten failliet gaan, maar dan ook echt failliet, geen concordaat of overnames. Wat gebeurt er dan namelijk : ja de depositogevers zijn hun geld kwijt, maar ook de schulden (die 10 à 15 maal hoger zijn dan de deposito’s) zijn in één klap weg en er ontstaat een veel gezondere en schuldenvrije financiële situatie.
Om een depressiescenario te vermijden door liquiditeitsgebrek had de overheid dus het volgende kunnen doen : alle rotte banken laten failliet gaan, daarna de mensen die hun deposito’s kwijt zijn bv een vast bedrag geven (nieuwe geldcreatie) en gezonde banken extra kapitaliseren en nieuwe banken oprichten met nieuw kapitaal zodat men met een nieuwe lei kan vertrekken.
Ik ben niet zo naief om te denken dat het allemaal zo simpel is, maar in ieder geval laat de huidige oplossing om alle banken te redden ons achter met een nagenoeg onhoudbare schuldensituatie !?
Marcel Simkens
04. Aug, 2010
Hallo Frank,
Bij de beschrijving van geld en haar creatie is er een uiterst belangrijke factor waarmede U geen rekening houdt, namelijk de waarborgen die door de aanvrager moeten gegeven worden aan de bank alvorens een krediet toegekend wordt.
Indien de centrale bank geld creëert onder de vorm van overheidsobligaties, dan gebeurt dit met de waarborg van de regering, of m.a.w. met de waarborg van alle burgers omdat zij belastingen moeten betalen om de schulden te vereffenen.
De regeringen in België hebben met de financiële crisis voor miljarden euro borg gestaan om de banken te redden.
Indien er iets misloopt met de banken, dan is dit door de waarborgen die onvoldoende zijn. Een geldsysteem kan zeer eenvoudig zijn, maar de banken, die ook aan verzekeringen doen, maken nieuwe zeer ingewikkelde financiële producten waarvan zij zelf niet meer beseffen hoe gevaarlijk ze zijn en er elkaar en rijke klanten met bedriegen.
Onlangs heeft een rijke en goede klant van KBC de bank voor de rechter gedaagd omdat zij producten verkocht hadden die achteraf geen waarde bleken te hebben. De klant stelt dat de banken specialisten heeft die dat wisten en de bank verdedigt zich met te zeggen dat die grote en belangrijke klant eveneens specialisten heeft om dit te onderzoeken.
Werkelijke rijkdom kan slechts gecreëerd worden door de fabricatie van goederen met een hogere productiviteit en een langere levensduur.
De banken hebben nu honderden beursspecialisten aangeworven, die miljarden € kosten en dikwijls nog een gevaar zijn voor het voortbestaan van de bank.
Spelen op de beurs is in feite geen taak voor de banken. De papieren rommel kan tijdelijk wel kunstmatig door biedingen in waarde verhogen, maar materieel is er niets gebeurd.
Er zijn nog zeer veel punten in uw betoog waar commentaar op kan gegeven worden, maar voorlopig zal het bovenstaande wel volstaan.
Met hartelijke groeten.
Marcel Simkens