Frank – Het geheim van geld

Het Geheim van Geld

Geld. Je gaat ervoor werken. Je betaalt je rekeningen ermee. Je geeft het aan je kleinkinderen op nieuwjaar. Je hebt er veel van nodig als je een huis koopt. Maar wat is geld eigenlijk? Wat weten we over geld?

Studies hebben uitgemaakt dat de doorsnee mens zeer weinig weet over geld. Van waar komt het? Hoe ontstaat het? Hoe verdwijnt het? De meeste mensen hebben daar nog nooit over nagedacht. Toch komt iedereen van ons ermee in contact. De meesten weten dat geld steeds minder waard wordt, maar weten niet dat dat veroorzaakt wordt door het geldsysteem zelf. Welkom in de wondere wereld van fiat money.

1. Geld verdienen in het engels is “making money”

Mensen produceren en consumeren elkaars goederen en diensten. In de middeleeuwen betaalden we daarvoor met zilvermunten, goud of soms zelfs tarwe of melk of zelfs gewoonweg de volledige koe. Later ontstond het papieren geld op basis van de goudstandaard. Elk bankbiljet werd gedragen door zijn tegenwaarde in goud. De centrale banken moesten de tegenwaarde in goud bewaren tegenover de hoeveel geld die ze in omloop brachten. Sedert 1971 betalen we met fiat geld. In 1971 schafte president Nixon de goudstandaard af waardoor de dollar niet meer gedragen werd door zijn tegenwaarde in goud. Aangezien de dollar tot op vandaag nog altijd de wereldreservemunt is en aangezien nergens nog ter wereld de goudstandaard bestaat hebben we een wereldwijd fiat geldsysteem. Fiat staat voor vertrouwen. Vroeger was ons geld “as good as gold”. Nu is ons geld “as good as vertrouwen”. Van waar komt ons geld? De meeste mensen denken dat de overheid het geld creëert. Het meeste geld wordt echter gecreëerd door commerciële en centrale banken.

Stel, u wil een auto kopen. U klopt aan bij uw bankier en vraagt een lening van 15000 €. U gaat akkoord met uw intrestvoorwaarden en ondertekent het contract. Het geld komt op uw rekening en u kan de wagen betalen. Van waar komt dat geld? Dat geld werd simpelweg door uw bank op uw rekening getypt met de computer waarna u het vrij kan spenderen als echt geld om uw auto te kopen. Op die manier creëren banken continu geld om kredieten te financieren. Het overgrote deel (ongeveer 97%) van alle geld vandaag is digitaal. De wet bepaald dat deze ééntjes en nulletjes op de harde schijf van de pc van de bank evenveel waard zijn als de papieren tegenwaarde in uw portefeuille.

Achter de schermen, verborgen voor uw ogen, begint het lucratieve geldwinkeltje van ons banksysteem. De bedragen die op uw rekening getypt werden, zijn eigenlijk niets meer dan een ongedekte cheque. De bank heeft dat geld niet. Op het moment dat u de getallen op uw rekening gebruikt om uw auto te betalen, gebruikt de bank het spaargeld van andere klanten om uw auto te betalen. Je kan het niet zien. De getallen op je spaarrekening blijven dezelfde. En als je je spaargeld opeist dan zal er ergens een lening terugbetaald worden om je spaargeld op te kunnen nemen zonder dat je daar iets van merkt. Er moet wel een reservebedrag op de balans van de bank gehouden worden. In de meeste landen is dat wettelijk vastgelegd op ongeveer 10%. Meestal worden die reserves beheerd door de centrale bank van elk land.

2. Fractional reserve lending

Omdat banken andermans geld gebruiken om het nieuwe geld dat ze creëren te dragen, zijn ze beperkt in het creëren van nieuw geld. Ongeveer 90% van het depositogeld en spaargeld wordt gebruikt om nieuw gecreëerd geld te dragen. Omdat banken slechts een fractie van hun deposito’s in reserve houden spreken we van fractional reserve lending. Er is echter één detail: het geld op spaarrekeningen of deposito’s is ook geld dat eerder reeds gecreëerd werd door de bank. Dus nieuw geld gecreëerd uit het niets wordt gedragen door bestaand geld gecreëerd uit het niets. Zolang niemand het opmerkt is er niks aan de hand. Als de lener van geld het geleende bedrag spendeert, zet de ontvanger van dat geld het opnieuw op zijn bankrekening. Dankzij deze “deposit” kan de bank opnieuw geld creëren uit het niets om uit te lenen. Deze leningen worden dan opnieuw gespendeerd en het verhaal gaat maar door en door en door. Op die manier wordt de geldvoorraad steeds groter. Het lucratieve voor de bank is dat ze op elke lening van geld gecreëerd uit het niets intrest kan heffen. Leuk dat je kosten kan aanrekenen op iets wat niet bestaat.

In het voorbeeld van hierboven gaat bank1 9000 € uitlenen aan een klant. Ze moet bij wet 10% reserve aanhouden en moet dus minstens een reserve van 1000 € deponeren bij de centrale bank (1000 € is 10% van het totaal zijnde 1000 € + 9000 €). De persoon die het geld leent spendeert het, en vroeg of laat komt dat geld op een rekening van bank2. Bank2 heeft nu een extra 9000 € die ze als basis kan gebruiken om leningen (geld) te creëren. 10% in reserve betekent 900 € in reserve en 8100 € nieuwe lening (geld). Het proces gaat maar door totdat van de originele 1000 € gedeponeerd geld van bank1 in totaal door alle banken 90000 € aan leningen weren gecreëerd waarop intresten kunnen aangerekend worden. Al dat nieuwe geld werd “geleend in zijn bestaan” en wordt door niks anders gedragen dan de belofte om het terug te betalen en het vertrouwen dat het terugbetaald kan worden. Fiat staat voor vertrouwen vandaar de term “fiat Money”.

Er vallen direct twee dingen op in ons geldsysteem:

1. Als iedereen zijn geld afhaalt bij de bank dan kom je tot de vaststelling dat de bank je geld niet heeft. Ze heeft slechts 10% in reserve.

2. Het systeem van geld creëren uit het niets om krediet te financieren werkt niet meer als iemand zijn lening niet meer terug kan betalen.

Banken kunnen steeds meer geld creëren, maar kunnen geen productieve goederen en diensten creëren. Hoe meer geld de mensen hebben (geleend of niet) zonder dat er goederen en diensten bijkomen, hoe meer betaald moet worden per eenheid goed of dienst. Prijzen stijgen omdat er meer geld in omloop is. Hoe meer geld in omloop wordt gebracht, hoe minder dat het waard is. Men noemt dat inflatie. Inflatie heeft niks met de consumenten prijs index (CPI) te maken; Het stijgen van de prijzen is het gevolg van inflatie; niet de oorzaak. Of om het met de woorden van Nobelprijswinnaar Dr. Milton Friedman te zeggen: ”Inflation is always and everywhere a monetary phenomenon. To control inflation, you need to control the money supply”. Competitie tussen banken zorgt ervoor dat ze allen zoveel mogelijk proberen uit te lenen om een maximum aan intrestinkomsten te garanderen. Deze competitie zorgt dus automatisch ook voor maximum inflatie.

Iedereen weet dat je de lening moet terugbetalen met intrest. Een ondernemer die leent om te investeren in zijn bedrijf zal dus moeten winst genereren om zijn intrest te kunnen betalen. Hij draagt bij tot de economische groei van een land en je kan dus stellen dat de rol van de bank om geld vrij te maken voor economische groei een goede zaak is. Anders is het gesteld als geld geleend wordt voor consumptie. Daardoor kan je eerder een produkt kopen dan dat je het kan betalen. Later zal je dan de hoofdsom moeten terugverdienen plus de intrest. Dat zal ervoor zorgen dat je in de toekomst minder zal kunnen spenderen bij eenzelfde loon.

Eens het geld van een lening gespendeerd is komt het in de transacties terecht tussen mensen en bedrijven. Het verhuist van rekening naar rekening of via een geldautomaat naar iemands portefeuille en zo in het kasregister van de supermarkt of de kapper. Geld eindigt als de lener zijn verschuldigd bedrag terugbetaalt aan de bank. De bank transfereert dan uw geld van uw debet rekening naar uw krediet rekening. Het geld werd gecreëerd door getalletjes te typen op uw bankrekening en verdwijnt door deze getalletjes weer te verminderen. De totale geldhoeveelheid in omloop bepaalt over hoeveel geld we allen beschikken om zaken te doen en zet daardoor het prijsniveau van goederen en diensten.

3. Overheden en centrale banken

Begint uw haar al recht te komen? Commerciële banken zijn niet de enige die geld “maken”. Commerciële banken moeten een deel reserve houden. Bij centrale banken is het veel erger. Zij kunnen gewoonweg geld bijdrukken (tegenwoordig gaat dat digitaal door cijfertjes in te tikken op een rekening) zonder enige reserve. Al het geld wordt gedragen door schuld. Stel, onze overheid heeft teveel geld uitgegeven (dat gebeurt nooit nietwaar) en heeft dringend vers kapitaal nodig. Om geld “in te zamelen” drukt de overheid staatsobligaties waarop ze intrest uitkeert. Dat is haar manier van lenen. Staatsobligaties worden grotendeels opgekocht door banken in binnen en buitenland in speciale veilingen. Als niet voldoende kopers gevonden worden tussen de commerciële banken koopt de centrale bank deze obligaties op. Papier gedrukt uit het niets (staatsobligatie) wordt dan betaald met papier gedrukt uit het niets (geld).

Wablief??? Inderdaad; u en ik moeten werken voor geld, onze centrale bank creëert het uit lucht wanner het wil, zoveel het wil en leent het aan onze staat (wij dus) tegen intrest. Er zijn dus twee soorten geld in omloop: bij de commerciële bank wordt geld geleend in zijn bestaan, bij de centrale bank wordt het gewoon gecreëerd uit lucht. In beide gevallen wordt het gecreëerde geld gedragen door schuld. Centrale banken sturen de geldgroei door de intrestvoet te wijzigen. Hoge basisintrest betekent dat mensen minder zullen lenen waardoor er trager nieuw geld in het systeem komt. Lage basisintrest betekent het omgekeerde. De intrestvoet werkt ook op spaargeld. Hoe hoger de intrest hoe meer je spaart, hoe lager de intrest hoe meer gespendeerd wordt. Wat je moet onthouden is dat centrale banken ons bedriegen. In hun uitvoerige speeches vertellen ze ons dat ze inflatie bestrijden terwijl het geldsysteem dat ze ons hebben opgedrongen niet kan werken zonder (expansie) inflatie. Centrale banken voeren een politiek van bewuste en geplande inflatie. Strikt gezien is inflatie een vorm van belasting op geld of het gebruik van geld.

4. Intrest en wiskunde

Nu wordt het iets ingewikkelder. Als geld gedragen wordt door schuld, en je weet dat op schuld intrest moet betaald worden, hoe betaal je dan de intrest? Als je alle schulden wil terugbetalen heb je alle geld nodig omdat alle geld gedragen wordt door schuld. Dan heb je toch geen geld meer over om de intrest te betalen? Vandaar dat elk jaar voldoende nieuw geld (schuld) moet gecreëerd worden om de intrest op de reeds bestaande schuld te kunnen betalen. De uitstaande schuld moet dus ieder jaar groeien met ten minste het percentage van de intrest op die schuld.

Ons geldsysteem is dus in zijn ontwerp een systeem dat met een bepaald percentage moet groeien om te kunnen blijven bestaan. Geldgroei is een basisvereiste in het modern bankieren. Zonder geldgroei kan je geen intrest betalen, krijg je falingen en zakt ons geldsysteem in elkaar.

Er is echter een probleem. Een systeem dat groeit met een bepaald percentage kan je wiskundig omschrijven als een exponentiële functie. Dr Albert Bartlett zei ooit dit: “The greatest shortcoming of the human race is our inability to understand the exponential function”. Exponentiële functies zijn zeer gevaarlijk. In het begin stijgen ze langzaam quasi lineair. Naarmate de tijd loopt draait de functie plots vertikaal en krijg je een “hockeystick” curve. Het probleem is dat de verandering plots gebeurt en je meestal niet in de gaten hebt dat plots op een zeer korte tijdspanne de situatie dramatisch verandert.

5. Inflatie en economische groei

Ons geldsysteem gestuurd door centrale banken, intrest en inflatie maakt deel uit van onze natuurlijke omgeving. Het is er al vanaf onze geboorte. We weten van niet beter en niemand stelt het in vraag. Is het toeval dat ons geldsysteem gebaseerd is op continue inflatie en ons economisch model op continue groei? Intrest en inflatie vormen een permanent inkomen voor (centrale) banken dankzij geld (leningen) dat gecreëerd wordt uit lucht. De extra leningen zorgen op hun beurt voor meer economische activiteit waardoor overheden en de bevolking steeds meer leningen vragen in hun jacht om een deel van het nieuwe gecreëerde geld te verkrijgen. Inflatie werkt als de wortel vlak voor de ezel. De ezel loopt harder en harder om een deel van het nieuwe geld in circulatie te kunnen bekomen.

6. Duurzame groei

Kan het wel dat onze economie blijft groeien? We weten dat we op een planeet leven met fysieke beperkingen. Overal ter wereld in bodem en lucht zien we tekenen dat ons economisch systeem nu reeds werkt op de grens van de ecologische draagkracht van onze planeet. Als we verder willen groeien wat een vereiste is voor ons geldsysteem en ons economisch systeem dan zullen we ons economisch model en ons geldsysteem volledig moeten heruitvinden naar het “cradle to cradle” concept of duurzame groei. Als we daar niet in slagen zal zullen we moeten stoppen met groeien en dan zakt ons geldsysteem in elkaar. We staan voor gigantische uitdagingen. De huidige crisis is er gekomen door het begin van de ontwinding van een exponentieel opgebouwde schuldgroei van nooit eerder geziene proportie. Schuldenaars defaulten op hun uitstaand krediet. Banken defaulten op hun geleveraged posities in complexe financiële derivaten. Bedrijven zien hun orders imploderen en krijgen razendsnel moeilijkheden om op hun beurt hun schulden af te betalen wat aanzet tot default, werkloosheid, contractie, … met dan weer een versterkende negatieve spiraal op de rest. The great unwind that could not happen is happening!

Overheden en centrale banken namen nooit eerder geziene maatregelen. De effecten zijn nauwelijks merkbaar. De implosie raast als een wervelwind voorbij en niemand lijkt gespaard. Ze doen er alles aan om lenen opnieuw aantrekkelijk te maken, om consumeren te stimuleren. Is het verstandig om schuld te stimuleren in een crisis ontstaan door teveel schuld? Kan het geldsysteem eeuwig blijven groeien? Kan de overheid alle interventies die ze doet in het systeem blijven financieren? Als je twijfelt aan de solvabiliteit van banken, bedrijven en consumenten; wanneer bereik je dan het punt dat je twijfelt aan de solvabiliteit van de overheid? Eén ding is zeker: de komende jaren zullen er drastisch anders uitzien dan de afgelopen jaren. Dit zijn echt historische tijden!

6. De oplossing: terugkeer naar de goudstandaard ?

Lang voor Nixon in 1971 de goudstandaard afschafte hadden we ook reeds problemen met fractioneel bankieren. Dit begon in Frankrijk en Duitsland omstreeks 1909 toen beide landen op oorlog afstevenden. Tijdens de eerste wereldoorlog gingen alle landen weg van de volledige goudstandaard en werd het vervangen na deze oorlog door een fractionele goudstandaard. Dit hield in dat er geen gouden munten meer in omloop waren in het betalingsverkeer. Alle dagelijkse transacties werden met papier afgehandeld. Alleen de grote internationale betalingen tussen landen onderling werd nog met goud gedaan. Dit vond plaats in de Bank voor Internationale betalingen in Basel, Zwitserland. Deze laatste werd opgericht speciaal om de herstelbetalingen van Duitsland aan Frankrijk en Engeland te regelen. Deze betalingen vonden plaats in goudfranken tot 1933. Omdat de goudstandaard de facto was afgeschaft kreeg de internationale bancaire sector carte blanche om geld te drukken, zolang maar aan de minimum depositoverantwoording werd voldaan. De monetaire expansie nam in de jaren 1920-1929 een grote vlucht, vooral in de toen al grootste economie van de wereld: de Verenigde Staten. Toen de kredietbubble in 1929 explodeerde was de basis gelegd voor de daaropvolgende depressie.

Ludwig von Mises beschreef in zijn standaardwerk “Human Action” dat dit allemaal eindigt in een depressie, want het krediet wat is uitgegeven moet weer worden afbetaald. Dat is onmogenlijk in een neergaande markt zonder bijkomende middelen. Massale faillissementen zijn in zo’n situatie orde van de dag waardoor banken en leners hun leengedrag stopzetten. Daardoor wordt de rest van de economie aangetast, omdat enerzijds bedrijven ook niet meer productief kapitaal kunnen bekomen en anderzijds consumenten hun koopgedrag bijstellen. Hierdoor stagneert de productie en zijn bedrijven genoodzaakt hun werknemers geheel of gedeeltelijk te ontslaan. Tijdens de crisis in de jaren 30 is er geprobeerd om de geldhoeveelheid op te krikken om zodoende de consumenten de gelegenheid te geven om te lenen, maar dit bleek tevergeefs, omdat de bancaire sector en de consumenten niet meer bereid waren om in dergelijke barre tijden langetermijnverplichtingen aan te gaan. Derhalve is een dergelijke monitisering van de economie tot mislukken gedoemd. Sterker nog het kan de crisis alleen nog maar verergeren, want het extra gecreëerde geld vindt via de overheidsbestedingen haar weg in de economie, waardoor de monetaire inflatie toeneemt, terwijl de kredietexpansie afneemt. Met andere woorden men heeft een monetaire inflatie, terwijl er een deflatie van krediet plaatsvindt. Vergeet ook niet dat overheden meestal onproduktieve investeringen doen terwijl de privesector meestal produktieve investereningen doet.

We hebben dus nood aan een goudstandaard. Iedereen weet dat goud een delfstof is die een enorm milieuverwoestend effect heeft. Dat is op zich een nadeel waar de mensheid moet aan werken. Anderszijds kan je stellen dat de kredietboom van de laatste jaren ook een milieuverwoestend effect had. Onder de goudstandaard wordt de rente bepaald door vraag en aanbod van geld, maar sinds de de facto afschaffing daarvan nam de centrale bank de functie van renteregelaar over en werd het een politiek middel om de economie ‘bij te sturen’. Tijdens een goudstandaard is het normaal als de rente omhoog gaat als gevolg van een gebrek aan kapitaal dat dan meer goud vrijkomt van investeerders om hieraan te voldoen. Wanneer er een overdaad aan spaarkapitaal aanwezig is dan wordt een deel van het goud weer teruggetrokken door de spaarders. Dit noemt men ook ‘arbitrage’ en dit voorziet in een evenwicht op de kapitaalmarkten. Het is tevens een graadmeter voor bedrijven en particulieren om vast te stellen wanneer en hoeveel men kon lenen voor een bepaalde termijn. Economische groei is dus perfect mogelijk onder een goudstandaard. Ook het banksysteem is veel stabieler. Fractional reserve lending bestaat dan niet meer en laat over-lerverage niet toe zonder de intresten te doen toenemen wat leverage te duur zou maken. Dankzij de manipulatie van de overheid is de arbitrage gewoonweg bedrog geworden, want in plaats van bestaand kapitaal te gebruiken voor investeringen wordt er nu geld gedrukt om aan de kredietexpansie te voldoen, waardoor er zich een kunstmatige vraag voordoet naar goedkoop kapitaal zodat het bijna onmogelijk is aan te geven voor hoe lang of hoeveel men moet of kan lenen. De spaarder als kapitaalverschaffer is in dit systeem bijna volkomen buiten spel gezet en is afhankelijk van de overheid voor het rentepercentage dat hij of zij mag ontvangen.

De spaarders bestonden vroeger voor een groot deel uit gesalariëerde werknemers die hun kapitaal spaarden in goud en zilver. Dit voorzag in hun vermogensopbouw voor het pensioen, waardoor zij een grote vinger in de pap hadden op het rentebeleid van de bancaire sector. Spaarkapitaal bestaat uit het zogenoemd ‘uitgesteld genot’, met andere woorden, men consumeert niet vandaag, maar stelt het uit tot een latere datum. Daarom werd het gespaard tegen een bepaalde marktconforme rente, waardoor er een accumulatie van het kapitaal ontstond en zodoende men later van een redelijk pensioen kon genieten. Dit goed functionerende systeem werd dus om zeep geholpen door de centrale banken. De uitkomst hiervan waren de hyperinflatoire tijden die ontstonden in o.a. de Weimar-republiek, Nationalistisch China, Brazilië, Mexico en Argentinië.

Fiat money always returns to it’s intrinsic value :  zero Voltaire

Geld heeft een belangrijke waarde in een goed functionerende maatschapij. Geld is een medium van uitwisseling om elkaars goederen en diensten te kopen en betalen. Geld moet echter ook een medium kunnen zijn om in te sparen; om geproduceerde waarde uit het verleden te kunnen bewaren om te kunnen consumeren in de toekomst. Kortom, geld heeft ook een maatschappelijke taak om waarde in te bewaren. Die rol als “bewaarder van waarde” werd volledig vernietigd door centrale banken. Als geld constant waarde verliest heeft het ook geen zin om erin te sparen. Dat zet aan tot meer consumeren met alle gevolgen vandien. Vroeg af laat wordt de maatschapij wakker en komt het bedrog naar boven. De markt detecteert de overschot aan geld tov de beperkte hoeveelheid  goederen en diensten en prijstijgingen zijn dan onvermijdelijk. Wanneer het vertrouwen in geld wegvalt stijgt ook de omloopsnelheid ervan. Mensen die geld ontvangen willen het zo snel mogelijk kwijt omdat ze weten dat het zijn waarde verliest. Ze zetten het liever om in goederen en diensten die ze nodig hebben omdat die hun “waarde” (je hebt ze nodig) niet verliezen. Dergelijke hyperinflationaire toestanden hebben een enorm verwoestend effect op de bevolking en de economie van een land.

Er moet een nieuw evenwicht komen in de wereld. Hopelijk zijn onze leiders bewust van de “flaws” in ons geldsysteem. We weten echter allemaal dat overheden hun “geldmachientje” niet makkelijk zullen afstaan. Het wordt dus een moeilijke oefening. Laat ons hopen dat leiders snel beseffen wat er moet veranderen. Keynes, fiat money en fractional reserve banking heeft gefaald. De oplossing zal er dus totaal anders moeten uitzien. De oplossing ligt in een herinvoeging van de goudstandaard.

Frank De Baere

Met medewerking van artikels en presentaties van Frank Biancheri (leap2020), Chris Martenson, Willem Middelkoop, Marc Faber, Aalbert Spits

107 Responses to “Frank – Het geheim van geld”

  1. marcvdb

    09. Jul, 2009

    Goudautomaten (waar je trouwens ca 30% meer betaalt dan de spotprijs op de goudmarkten) zouden een felrode vlag moeten zijn om je te waarschuwen dat de vraag naar goud de laatste nieuwe hype is. Kopen in een hype heeft nog maar weinigen geld opgebracht. Zelden zo’n mooie contra-indicator gezien trouwens. Eén om te onthouden.

    Reply to this comment
  2. WimV

    26. Jul, 2009

    Ik heb met veel interesse het startartikel en de vele reacties erop gelezen. Zelf noem ik me tot nogtoe een ‘economische leek’. Mijn interesse voor het thema is eerder gegroeid uit mijn huidige activiteiten binnen duurzaamheid en milieu en mijn interesse voor een aantal sociale thema’s. Zoals Frank in zijn artikel stelde zijn er bvb. inderdaad nog een aantal ‘milieurekeningen uit het verleden te vereffenen’. Maar ik zie soms meer indicaties van hoe economische belangen duurzame ontwikkeling in de weg staan. Anderen wezen in hun reacties terecht op de kloof tussen rijk en arm, die ook niet duurzaam kan zijn. Ook daar lees je over de economische excessen (bvb. de aasgierfondsen), over de verhouding tussen ontwikkelingshulp en oorlogsinvesteringen, over het “militair-industriële-complex” (lobby) waarover Eisenhouwer het in zijn afscheidsrede had…

    In elk geval: via Geert Noels boek kwam ik op deze website, bij dit artikel… en het heeft mijn ogen geopend (al wil dit niet zeggen dat ik nu al alles tot in detail doorzie). Alleszins toch al véél dank voor de vele interessante inzichten!

    Zelf zou ik graag nog eens wat meer vernemen van jullie over de psychologische/maatschappelijke aspecten van deze crisis. Er wordt terecht gesteld dat een buitensporige kredietopening door consumenten niet echt goedgekeurd kan worden. Anderzijds: wat was/is voor hem het alternatief?

    1. Als de doorsnee-consument (of het jonge koppel) bvb. een huis wil kopen, dan is hij er zelf toch ook het slachtoffer van dat hij eigenlijk veel meer voor dat huis moet betalen dan de reële waarde (de ‘kunstmatig geforceerde prijzen’, dus overgewaardeerde huizen).
    2. Als hij daarentegen zou sparen tot hij voldoende geld heeft om het contant te betalen, dan had hij dat hoogstwaarschijnlijk niet in een sok (cash) gedaan maar via de bank en dan loopt hij eveneens het risico dat hij (zoals de andere spaarders momenteel) het slachtoffer wordt van de economische luchtbellen die implodeerden. En dan liep hij veel geld mis aan de huur van een huis.
    3. Anderzijds wordt er ook door allerlei financiële instanties, overheden of economische spelers continu zand in de ogen van de goedmenende consument gestrooid. Hij reageert op renteverlagingen. Of hij wordt aangemoedigd omwille van fiscale voordelen die de overheid in het vooruitzicht stelt (zowel voor afbetalingen van huizen als voor pensioenspaarplannen e.d.).
    4. Langs de andere kant wordt zijn hoofd dol gemaakt met winstprognoses voor allerlei economische producten (waarbij hij voorbij gaat aan de vele kleine lettertjes). Die hoge winstpercentages kunnen trouwens ook niet duurzaam zijn (en worden zeker niet altijd in de meest ethische sectoren gerealiseerd). Zo investeert hij op lange termijn misschien in zijn eigen ondergang terwijl hij dacht in zijn toekomst te investeren?
    5. En nu we staan waar we vandaag staan: wat zijn de gevolgen voor diezelfde goedbedoelende maar onwetende consument? Hij verliest misschien zijn werk, hij kan zijn huis niet afbetalen, enz…

    Kortom: hoeveel kan ‘Jan-met-de-pet’ eigenlijk weten? Het werd door anderen ook aangehaald: de transparantie en de overzichtelijkheid werden vaak bewust verminderd, zodat mensen vaak al snel afhaakten en vertrouwden(!) op het professioneel advies van bankiers e.d. die natuurlijk een dubbele agenda hadden (zeker nu met het oog op het vermijden van paniekreacties). Hebben jullie ook ideeën over hoe hij zich in deze crisis recht kan houden? Hij zal immers misschien geen geld hebben om een keuze te maken tussen cash en goud?! Wat staat hem nu te doen? En hoe evolueert zijn uitstaande schuld en/of de hypotheekwaarde op zijn niet-afbetaalde woning, onder invloed van deflatie of (hyper)inflatie? Wat als de schuld niet ingelost kan worden?

    Kant-en-klare antwoorden zullen er vanzelfsprekend niet te geven zijn… Toch denk ik dat die psychologisch/maatschappelijke invalshoek ook een zeer interessant aspect is bij het voorspellen van de toekomst. Hoe zal de burger reageren op het samenkomen van de economische, ecologische, sociale, politieke, enz… crisis? Als jullie hierover interessante bronnen of links kennen zijn deze altijd welkom.

    Reply to this comment
  3. WimV

    26. Jul, 2009

    Anderzijds ook heel interessante bemerking van Folg, inzake de vergelijking tussen “een zwarte Nigeriaan met 3 vrouwen, 10 kinderen en 20 koeien” en “een Belg met een appartementje aan de zee”. En: “Wij geven alles een waarde en hopen dat er een gek is die dat wil betalen. De afrikanen kennen dit systeem niet en wij wanen hen arm.”

    Ik stootte in mijn zoektocht naar duurzame ontwikkeling recent nog toevallig op een boek van T. van Eijk, een landbouwingenieur die jaren actief was in Afrika. Het boek noemt: “Over ontwikkeling en arbeidsethos in Sub-Sahara-Afrika”. Er staan een aantal zeer interessante inzichten in beschreven, o.a. over het “koplopersmodel” in de landbouwsector (gebaseerd op de “agricultural threadmill” (tredmolen) van Cochrane (1958)) en over het “schaarste-idee”. Het boek heeft destijds een beetje (volgens mij onterecht!) in negatief daglicht gestaan bij sommige critici (die hem betichtten van vooroordelen) terwijl hij volgens mij net een zeer treffend beeld weergaf van de “cultuurverschillen” tussen het economische stelsel in het Westen en dat in Afrika. Daarin stelt hij eigenlijk dat in Afrika niet diezelfde (kapitalistische) ondernemersgeest heerst als bij ons, maar hij schetst ook dat onze “economische-race-zonder-winnaars” helemaal niet beter is…

    Misschien kent Frank dit boek ook of interesseert het hem alvast wel, aangezien hijzelf in de sector actief is en zijn terechte advies “laat ze [uw kinderen] iets studeren waar de wereld iets aan heeft, zoals landbouwer”? Alleszins lijkt mij ook dit thema relevant, gezien de IMF- en Wereldbankpolitiek die gevoerd wordt t.a.v. het zuiden.

    Op http://books.google.be/books? zijn grote stukken van het boek te lezen…

    Reply to this comment
  4. Urizen

    09. Okt, 2009

    Geld heeft niet de maatschappelijke taak om te sparen. Fiat money is een zegen voor onze maatschappij, maar het toevoegen van die functie maakte het juist slecht.
    Iets wordt gecreëerd omdat er in functie van iets een nut is. Wijkt men daar later van af, dan krijgt men moeilijkheden.

    Het hele probleem schuilt erin dat economen nog altijd niet precies weten wat geld is en al lang vergeten zijn waarom fiat money werd ingevoerd. Zelfs Greenspan zei ooit dat hij niet echt wist wat geld was.

    Reply to this comment
  5. Bart

    12. Nov, 2009

    Reply to this comment
  6. Bart

    20. Nov, 2009

    Blijkbaar wel, thx ;-)

    Reply to this comment
  7. Martin

    16. Jan, 2010

    Het verhaal legt goed uit hoe het monetaire systeem in elkaar zit. Er zit mijns inziens een denkfout in:
    De nadelen van het huidige montaire systeem zijn geen bewijs voor het beter zijn van de gouden standaard.
    Geld is een ruilmiddel voor produkten en diensten. Of je daarvoor nu goud gebruikt of papieren geld het blijft hoe dan ook gebaseerd op het vertrouwen dat je dit ervoor kunt krijgen. Het blijft mensenwerk voor beide systemen om goed te blijven functioneren.

    Het huidige montaire systeem:
    Een lening is een claim op toekomstige produktiviteit (die wordt gecomsumeerd). Zolang tegenover elke lening die produktiviteit wordt gerealiseerd is het geen probleem dat de geldhoeveelheid groter wordt. Een grotere geldhoeveelheid betekent dan inderdaad dat we met zijn allen rijker zijn geworden. Bij de gouden standaard gaat dan de prijs van goud omhoog of moet meer goud worden toegevoegd aan de bankreserves. Het probleem van de centrale banken is dat zij toestaan door te lage rentes dat de geldhoeveelheid sneller stijgt dan deze groei van toekomstige produktiviteit.

    Reply to this comment

Leave a Reply