Guest Post : Bonussen, beter, best?

Published: November 15, 2011 - 00:00
This article received :  1 Comments

De laatste maanden betoogden misnoegden in Brussel, Antwerpen, Leuven en Oostende tegen de inhaligheid van de banken. Het “Occupy Wall Street” protest startte deze zomer in New York en vertakt zich nu wereldwijd. Bonussen, zoals de 600,000€ voor de Dexia- CEO Pierre Mariani in 2010, liggen zwaar onder vuur. Zijn bonussen altijd te verwerpen? Moet de overheid hier paal en perk aan stellen?

De economische theorie verantwoordt bonussen zo. Eigenaars van grotere bedrijven hebben de tijd en/of skills niet om zelf te managen. Dus werven zij een bedrijfsleider aan en verlonen hem/haar met een vast salaris. Maar waarom zou die manager extra inspanningen leveren als de extra gecreëerde waarde toch naar de eigenaars vloeit? In eenvoudige bonus modellen, presteert de baas beter dankzij de bonus. Het management bakt dan een grotere bedrijfstaart en kan dus flinkere stukken uitdelen aan zichzelf, de aandeelhouders en het personeel. Bonussen zijn dus niet noodzakelijk slecht. Toch hebben de betogers een punt. Tussen dit eenvoudige droommodel en de bonusdaden staan op zijn minst 4 praktische bezwaren verwoord in deze stellingen:

1. Bonus kan korte termijn denken bevorderen

Bonussen zijn vaak gekoppeld aan de bedrijfswinst of de aandelenkoers. De manager kan dan de korte termijn winst opblazen ten koste van de lange termijn bedrijfswaarde door bvb. traag af te schrijven en door minder te investeren in aanwerving, vorming, onderzoek en ontwikkeling. Of door het verkopen van als tijdbommen tikkende verzekeringen (vb. CDS- contracten) wat mooie premies in het laatje brengt.

2. Bonus kan extreem risico gedrag aanzwengelen

Volgens de hoofdwet van financiën zijn hoge risico’s gekoppeld aan een hoog verwacht rendement. Bonussen zijn meestal gekoppeld aan de opbrengst en houden vaak geen rekening met het risico van de investering. Onder impuls van zulke bonussen, die dus gemiddeld stijgen met het genomen risico, dreigen managers/bankiers in waarde vernietigende riskante activiteiten te investeren. Omdat 80 à 96% van de totale vergoeding van Amerikaanse topbankiers bestaat uit bonussen , mogen we de nefaste impact op risico’s niet onderschatten.

3. Managers beïnvloeden eigen maximale bonus

In 2007 en 2008 betaalden Amerikaanse banken hogere bonussen (en dividenden) dan voorheen ondanks gigantische kredietverliezen. In 2010 steeg de totale vergoeding van bankiers en traders in 60% van de 51 grootste financiële instellingen ter wereld . Het belang van “gegarandeerde bonussen”, die los staan van prestaties, in de variabele vergoeding klom vorig jaar van 5.5% naar 8%. Het lijkt er dus op dat de bankiers zelf beslissen wat hun bonus is. Of vragen managers soms aan bevriende “ons kent ons” bestuurders om elkaar wederzijds gunstige pakketten toe te kennen? Door deze graaicultuur raakt de link met de werkelijke prestatie zoek. Nochtans is het de taak van de aandeelhouders om dit zelf of via de raad van bestuur/ het remuneratiecomité te controleren. Volgens onderzoek zijn bonussen hoog wanneer (i) de CEO externe bestuurders zelf aanstelt, (ii) de raad van bestuur groot is (wat het organiseren van verzet tegen de CEO moeilijker maakt), (iii) externe bestuurders zetelen in meer dan 3 raden (en dus makkelijker verstrooid zijn) en als (iv) de grote aandeelhouders niet zetelen in het vergoedingscomité.

4. Bonus kan top van basis vervreemden

Wanneer een bedrijf zwak presteert of aan de rand van het faillissement staat, dan vreten bonussen aan de motivatie van de organisatie. De toekenning van de maatschappelijke “license to operate”, absoluut noodzakelijk om op lange termijn te overleven en winst te maken, komt dan ook onder druk. De gemiddelde verloning in financiën, die volgens Thomas Philippon (New York University) in Amerika 30 à 50% hoger ligt dan voor niet-financiële jobs (met een gelijkaardige opleiding, verantwoordelijkheid en ontslagrisico), ondergraaft de legitimiteit van Wall Street in Main Street. Een golf van nieuwe belastingen, met potentiele neven- en verschuivingseffecten, dreigt de banken te overspoelen. Tenzij er nu van koers veranderd wordt. Welke toekomst ligt er dan nog voor bonussen in het verschiet?

1. Wakkere aandeelhouders

Het is in de eerste plaats aan de aandeelhouders om te beslissen of het prikkelende effect van bonussen opweegt tegen de 4 neveneffecten. De wet van 6 april 2010 tot versterking van het deugdelijk bestuur is een stap in de goede richting. Hierdoor krijgen eigenaars een niet-bindende stem over reguliere vergoedingspakketten. Het optieplan bij de Kortrijkse technologiespeler Barco en de terugkoop van aandelen bij verzekeraar Ageas werden dit jaar beiden weggestemd. Kleinere raden van bestuur, echt onafhankelijke bestuurders en een groter gewicht in het remuneratiecomité zijn in het eigen belang van de aandeelhouders.

2. Bonussen gelinkt aan échte waardecreatie

Als de voorwaarden voor een bonus toch vervuld zijn, dan zijn slimmere bonussen aangewezen. Waarom niet uitbetalen 5 jaar na de prestaties? Zulke uitgestelde bonussen koppelen aan een niet-uitbetalingsclausule (bij niet-duurzame prestaties) lijkt een must. Ook aandelenopties op langere termijn en partnerships lijken duurzamer. Een slimme bonus meet en corrigeert ook voor risico’s. Intrigerend hier is dat veel industriële bedrijven al op deze manier bonussen toekennen, maar de banken slechts mondjesmaat volgen. Nochtans lijkt de nood net bij hen het hoogst.

GF_612x427_Screen shot 2011-11-14 at 23.17.16.jpg

3. Overheid als actieve aandeelhouder en kapitaalbuffers

De staat is vandaag zelf aandeelhouder van banken, staat garanties toe (15% van het BNP bij Dexia…) en verschaft krediet. Vanuit die positie kan de overheid de touwtjes steviger in handen nemen. Via het aanstellen en opvolgen van krachtdadige bestuurders, kan de staat zelf een meer legitieme en verstandigere verloning beijveren. Obama’s “verloningstsaar” Kenneth Feinberg bevroor gedurende anderhalf jaar bonussen van geredde bedrijven totdat de overheidssteun terugbetaald was. Zelfs wanneer de overheid banken niet rechtstreeks steunt, kan zij massale dividenden en bonussen bij kapitaalarme banken voorkomen. Bovenmaatse dividenden en bonussen in crisisperiode schenden het "voorrangsprincipe van schuld op eigen vermogen" en dreigen het financiële systeem te destabiliseren. Hogere minimale kapitaalbuffers vormen het meest eenvoudige middel om zulke destabiliserende excessen te voorkomen.

We moeten af van bonussen, die korte termijngedrag en het nemen van waarde vernietigende risico’s bevorderen. Aandeelhouders en bestuurders met een blik op de toekomst beseffen dat het uitkeren van bonussen bij slechte prestaties, zeker in de huidige labiele context, contraproductief is. De overheid zou de gesteunde banken ook veel pro-actiever moeten opvolgen. Toch hoeft het bonuskind, ondanks het begrijpelijke wereldwijde protest, niet volledig met het badwater weggegooid worden. Enkel als bonussen gekoppeld worden aan duurzame waardecreatie, kunnen ze hun beperkt steentje bijdragen aan een sterkere economie.

Daan Struyven

More Articles in Financial Institutions »

1 Comments

  1. PeterS 

    On 15 Nov, 2011

    Voor een goed overzicht van wat wetenschap heeft verzameld over de impact (positief en negatief) van bonussen deze zeer onderhoudende TED-talk:
    http://www.ted.com/talks/dan_pink_on_motivation.html

    'There is a mismatch between what science knows and what business does!'

Post a comment

max. length of 1500 characters

Econopolis Wealth Management

  • Next generation type of asset management
  • New approach of wealth management for individuals, families and institutional clients
  • Based on the principles of the bestseller “Econoshock
  • Adapted to the profound changes our world is going through
Members of the 'Econopolis Group'