- Your history
China, hold or sell?

Het financieel-economisch nieuws wordt nog steeds gedomineerd door 2 parameters: Griekenland (of in het verlengde daarvan de Europese financiële turbulentie) en de vertragende Chinese groei. Deze beide zaken hebben de laatste weken een groter impact op de beurzen dan ander bedrijfsnieuws, zeker nu de kwartaalgebonden resultatenstroom terug wat aan het opdrogen is.
Over Azië en met name China heerst een grote onzekerheid, vooral omdat we niet weten of de zgn. officieel gepubliceerde cijfers van deze laatste wel correct zijn. We zouden dat natuurlijk kunnen uitbreiden tot de rest van de Aziatische regio, à la limite zelfs tot de ganse wereld. Dagelijks worden we overspoeld door een veelheid aan statistieken, indicatoren en ander wiskundig materiaal dat door iedereen voor waarheid wordt genomen en erger, waarop beleids- en investeringsbeslissingen worden genomen. Het zou de moeite waard zijn om hier eens een studie over te doen, de conclusies zouden wel eens een koude douche kunnen betekenen.
In dat verband zijn de bedrijfsrapporten wat mij betreft nog steeds een betere indicator. Niet alleen omdat die ge-audit worden, maar vooral omdat het hier om reëel geld gaat.
Terug naar China en Azië. Of de groei daar nu 5 of 8% wordt is in wezen minder belangrijk. Zolang er maar groei is, zal het de wereldeconomie mee op snelheid houden. Het probleem ligt niet in die paar procenten verschil maar in het feit dat vooral Europa achterop blijft.
Wat er van groter belang is, is dat China nog een gigantische welvaartsachterstand heeft en desondanks nu al zowat de helft van het wereldwijde ijzererts en koper verbruikt. Qua olie is dat nog maar 10% en het is mijn persoonlijke overtuiging dat dit cijfer de komende decennia meer dan zal verdubbelen en alle eerdere schattingen over het toekomstig olieverbruik (zowat 100 miljoen vaten per dag tegen 2030) naar de prullenmand zullen verwijzen.
Voor de wereldeconomie is het wel van belang om te weten wat China met die grondstoffen aanvangt. In 2009 lanceerde ze hun versie van QE en met (volgens hun eigen zeggen) 630 miljard $ hebben ze hun economie in de hoogste versnelling gebracht. De meest zichtbare exponent hiervan zijn investeringen zoals infrastructuurwerken geweest. Nieuwe steden met bijhorende wegen en andere zaken werden uit het niets opgericht en volgens sommige bronnen staan een groot deel ervan nog leeg en dreigen binnen afzienbare tijd zelfs beginnen af te takelen. Een collega van Econopolis was onlangs in dat land en zal over die ervaring ongetwijfeld bloggen. Het aantal bijkomende huizen en appartementen dat er de laatste jaren gebouwd is (en waar grondstoffen als o.a. ijzererts en koper in grote getale voor aangewend werden) is inderdaad hallucinant. Wetende dat China zijn bevolking probeert onder controle te houden met de één-kind-per-gezin politiek, kan men van deze stimulerende activiteit niet oneindig mirakels blijven verwachten.
Het zou dus zeer onvoorzichtig zijn om te doen alsof er niets aan de hand is en te veronderstellen dat de Chinese bomen tot in de hemel blijven groeien.
Laten we de officiële statistieken even voor wat ze zijn en kijken we wat er in de echte wereld gebeurt. Meer en meer bereiken er ons berichten dat men er toch wat minder grondstoffen aan het importeren is, meer nog, dat de voorraden van o.a. koper en ijzererts schrikbarend aan het oplopen zijn. Voor wie zich afvraagt of de You Tube filmpjes over parkeergarages die volgestouwd zijn met koperplaten, representatief zijn, kunnen we doorverwijzen naar bedrijven zoals BHP Billiton of Rio Tinto. Deze grote mijngroepen klinken heel wat minder ambitieus dan pakweg een half jaar geleden. Het is nog niet zoveel maanden geleden dat BHP aankondigde dat ze de komende jaren tot 80 miljard $ wilden investeren in nieuwe mijnen en andere capaciteitsuitbreidingen. Vandaag zeggen ze dat die plannen zullen worden vertraagd of uitgesteld. Daar hoeft geen tekening bij.
Moet het Aziatisch groeiverhaal dan van de tafel worden geveegd, erger nog, moeten we bang zijn voor een implosie?
De laatste maanden heb ik meer dan gewoonlijk Aziatische bedrijven onder de loep genomen. Enkele constanten vallen daarbij op. Vooral zij die direct of indirect in de consumentensector actief zijn, zijn gegroeid als kool. Het is niet omdat meer dan de helft van de economische groei te danken was aan investeringen en andere infrastructuur, dat de consument geen vinger in de pap had.
Een tweede zaak die opvalt is dat Aziatische bedrijven zich niet bezondigen aan dezelfde generositeit tegenover aandeelhouders als hier bij ons het geval is. De dividend pay out is er zeer matig en sommigen schamen er zich zelfs niet voor om dat dividend eens een jaartje te verlagen indien er belangrijke investeringen voor de deur staan. Inkoop van eigen aandelen, een exponent van een bedrijfsmanagement dat geen rendabele projecten meer kan vinden, is er al helemaal niet te vinden. Ook balansen waar immateriële activa de voornaamste component van het eigen vermogen vormen, zijn niet aan Azië en China besteed.
De laatste vaststelling is al bijna voorspelbaar, namelijk dat de financiële schulden er gemiddeld genomen zeer laag zijn, als er al schulden zijn. Niet zelden zag ik op de balansen een cash surplus staan.
Het Aziatische en zeker het Chinese groeiverhaal zal niet in één rechte lijn gaan. Men kan zich zelfs de vraag stellen of er geen moment zal komen dat, door het noodgedwongen verminderen van het aandeel investeringswerken in het BBP, er niet eens een jaar van negatieve groei zal tussen glijden.
Op lange termijn echter zal de inhaalbeweging van de welvaartsachterstand de bovenhand halen en zullen de bedrijven die hier gepast op inspelen er alle profijt uit halen. Ondertussen lijken heel wat lokale ondernemingen er financieel sterk genoeg voor te staan om een tijdelijke vertraging zonder problemen te kunnen overleven.
Een vertragende Aziatische economie is dus misschien een godsgeschenk voor wie een tweede kans zoekt om er in te stappen.
















